Tafel am Werlauer Schacht | © J. Gödert

Werlauer Schacht auf dem Erzweg

56325 St. Goar

Zicht op de ertsweg. Deze schacht, die aanvankelijk de Adolf Hitler-schacht heette, werd later omgedoopt tot Werlauer-schacht

De mijn Gute Hoffnung op de linkeroever van de Rijn, ook wel "Prinzenstein-mijn" genoemd vanwege zijn ligging onder een uitkijkpunt, werd voor het eerst genoemd in een document van de eigendommen van het Landgraafschap Hessen van 7 november 1562, waarin hij al als "oud" wordt omschreven. De Romeinen hadden al sporen van mijnbouw op de Midden-Rijn achtergelaten. Landgraaf Constantin van Hessen verleende de mijnbouwvergunning in 1753, in 1756/58 werden in het nabijgelegen dal van de Gründelbach een smelterij en een stamperij gebouwd, en in 1758 werd met de smeltactiviteiten begonnen. De mijn kreeg de naam "Constantins-Erzlust" ter ere van de vader des vaderlands.[2] De verwerkingsinstallatie werd in 1850 verplaatst naar de ingang van de hoofdgroeve direct aan de Rijn. In de daaropvolgende jaren, tussen vele sluitingen door, verschenen de Werlauer Gewerkschaft (1815-1907), de Bergbau-AG Friedrichssegen (1907-13), vervolgens opnieuw de Werlauer Gewerkschaft (1916-1934) en tenslotte de Stolberger Zink-AG (vanaf 1934) als exploitanten,[3] die tot op de dag van vandaag eigenaar is van het mijnterrein. In die tijd bestond de schacht Gustav met een diepte van 270 m, de schacht Mittel met 490 m en de schacht Christian met 435 m.[4] Bij Werlau werd in 1936 nog een bovengrondse schacht geboord. Deze schacht, die aanvankelijk de Adolf Hitler-schacht heette, werd later omgedoopt tot Werlau-schacht.

Werlauer Schacht auf dem Erzweg

Um diesen Inhalt zu sehen müssen Sie den Drittanbieter Cookies zustimmen.

56325 St. Goar
Werlauer Schacht
56325 St. Goar


Route plannen